

Doodshoofdaapjes leven in groepen van soms wel meer dan 50 dieren. Zo’n grote groep bestaat vaak weer uit subgroepen. Vrouwtjes blijven in hun geboortegroep bij hun familieleden. Ze leven samen met zussen en hun (klein)kinderen. Vaak helpen tantes bij het grootbrengen van de jongen. De mannetjes leven aan de rand van de groep en mogen alleen tijdens de paartijd in de buurt komen. In de paartijd worden de mannetjes in rap tempo een stuk groter en zwaarder, waardoor ze eruit zien als kleine ‘bodybuilders’.

Goede communicatie is belangrijk in een groep. Communiceren doen ze via geluiden die klinken als een soort vogelgetjilp, door gezichtsuitdrukkingen en door geuren. De aapjes hebben geurklieren op hun borst, die ze tegen takken aanwrijven. Ze plassen ook over hun handen en voeten, zodat tijdens het klimmen de geur overal achterblijft.





In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.