

Aan de lange ledematen en grijphanden (en tenen!) kun je zien dat de orang-oetan een goede klimmer is. De mensaap weet precies waar rijpe vruchten te vinden zijn. Deze kennis geeft een moeder door aan haar jong. Het jong is volledig afhankelijk van haar en moet naast voedsel vinden ook leren klimmen, oppassen voor roofdieren en sociale vaardigheden ontwikkelen. De opvoeding duurt dan ook lang. Daarom krijgt een orang-oetan maar ongeveer eens in de acht jaar een jong. De tijd tussen geboortes is daarmee langer dan bij andere mensapen.

Dominante orang-oetan mannetjes herken je aan hun ‘wangplaten’. Deze ontwikkelen als een mannetje geslachtsrijp is. Niet elk mannetje krijgt de kenmerkende wangen, sommige mannetjes houden jarenlang hun ‘puber’ uiterlijk. Vrouwtjes hebben meestal voorkeur voor de mannetjes met wangplaten.






In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.