

Monniksgieren eten voornamelijk aas. Ze doden dus meestal niet zelf hun prooi, maar zoeken naar kadavers. Gieren spelen een belangrijke rol in het ecosysteem, omdat ze de verspreiding van ziektes voorkomen door het 'opruimen' van de resten van dode dieren. Ze kunnen erg goed zien. Door heel hoog te vliegen kunnen ze ver kijken en zo makkelijk een prooi opsporen. Met hun puntige snavel kunnen ze de huid van een dier openscheuren. Het maagzuur beschermt hen tegen ziektes. Hun kop is kaal, zodat er geen restjes blijven plakken in de veren na het eten.

Monniksgieren kunnen een spanwijdte bereiken van wel drie meter. Met hun grote vleugels kunnen ze urenlang zweven, waarbij ze gebruik maken van opstijgende warme lucht. Zweven kost een stuk minder energie dan actief vliegen, waardoor de gieren heel ver kunnen vliegen zonder vermoeid te raken.





In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.