

Met hun lange achterpoten kunnen ringstaartmaki’s heel ver springen. Ze kunnen ook op hun achterpoten lopen, maar lopen meestal op vier poten, met hun staart in de lucht. De halfapen leven in gemengde groepen. Hun territorium geven ze aan met geurmarkeringen. In de paartijd smeren mannetjes hun staart in met een geurig goedje uit de geurklieren op hun armen. Ze gaan daarna tegen over elkaar staan en houden een ‘stinkgevecht’. Ze zwaaien dan naar elkaar met hun staart totdat een van de twee afdruipt.

Als de zon schijnt zie je de ringstaartmaki’s vaak met hun armen wijd en hun buik vooruit zitten. De dieren warmen zich na een koude nacht graag op in de zon.




In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.