

De sneeuwuil leeft op koude, kale vlaktes in het noorden. Op deze toendra’s is de grond het grootste gedeelte van het jaar bevroren waardoor er bijna alleen maar mossen en grassen groeien. De uil heeft een voorkeur voor deze open gebieden omdat hij zo een goed overzicht heeft en daardoor eerder een prooi kan vinden. Zijn ogen staan in de voorkant van zijn kop, waardoor hij goed afstanden kan inschatten. Hij kan zijn ogen niet draaien zoals wij mensen, daarom moet hij om rond te kijken zijn hele kop bewegen. Zijn nek kan 270° draaien!

De scherpe klauwen zijn bedekt met lange veren. Zo blijven de poten van de sneeuwuil warm in de sneeuw.



In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.