

Mangoesten zijn overdag actief, ’s nachts slapen ze in hun holen. Hierin worden ook de jongen geboren. Alle vrouwtjes kunnen jongen krijgen, zelfs als ze laag in rang zijn. Iedereen helpt mee aan de opvoeding. Na drie tot vier weken komen de kleintjes boven de grond. De jongen hebben ieder een begeleider die hen beschermt. De bewaker brengt ook voedsel zodat ze leren wat eetbaar is. Een groep bestaat meestal uit ongeveer twintig dieren. Ze communiceren door geluiden en geuren. Die geuren verspreiden ze met hun anaalklier. Door geuren weten de dieren van alles over elkaar: of een groepslid gezond is, of het familie is en of het een mannetje of vrouwtje is.

Mangoesten vinden hun voedsel op allerlei plaatsen. Zo zoeken ze in olifantendrollen: die trekken veel insecten aan. In Oeganda en Kenia werken zebramangoesten samen met wrattenzwijnen. Ze eten de insecten die op de vacht van de zwijnen leven. De mangoesten hebben een gratis maaltijd en de wrattenzwijnen zijn weer schoon!




In verband met de hevige sneeuwval is de dierentuin vandaag gesloten.